Sarracenia purpurea
Trompetbekerplant
Deze familie bestaat uit 8 soorten: Sarracenia alata, flava, leucophylla, minor, oreophila,
psittacina, purpurea en rubra . Ze vormen bekervallen die groeien vanuit een in de
grond verankerd rhizoom. Deze rechtopstaande bekers kunnen 1 meter of soms langer
worden! Deze bekervallen zijn uitgerust met nectarklieren die een zoete geur afscheiden.
Deze nectardruppels zie je meestal duidelijk zitten op het deksel en rondom de mond
van de vangbeker. Vaak hebben deze bekers een bloem/orchidee achtig uiterlijk door
de diverse kleuren zoals o.a. rood, paars, wit, geel en goudgeel.
Insecten komen af op dit uiterlijk en de geur. Door het eten van de nectar worden ze wat
bedwelmd door een verlammend bestandsdeel genaamd coniine wat in de nectar zit. Ze
worden naar de mond en keel geleid waar het erg glad is door de wax- achtige strucuur
van de binnenwand. Door het slechte houvast glijden ze de beker in. Als vliegende insecten
hun vleugels uitslaan botsen ze vaak tegen de wanden aan, en er ontstaat gauw een
vacuum waardoor het insect dieper de beker in gezogen wordt. Soms kunnen ze echter op
tijd weg vliegen, om snel weer neer te strijken op dezelfde of een andere beker... Eenmaal
onderin de beker is het bijna onmogelijk om te ontsnappen. De wand is waxachtig glad, en
ook naar beneden gerichte haartjes voorkomen dat de prooi naar boven klimt.
Hier zijn talrijke klieren aanwezig die verterende enzymen afscheiden die de zachte
delen van het insect doen afbreken en oplossen. Andere klieren nemen deze “soep”
van voedingsstoffen weer op, wat ten goede komt aan de plant.
De purpurea en de psittacina wijken iets af, de purpurea vormt lage, “kanachtige”
kelkbladeren, waarin een laag regenwater staat. Insecten vallen erin en
verdrinken vrij snel in dit laagje water.
Bron: Carnivorousplants
Foto's: © FotoAnna
Avondrood
De kleuren bij schemering houden verband met de lange weg die het zonlicht van de
laagstaande avondzon door de aardatmosfeer aflegt. Het zonlicht wordt tijdens deze
lange route verstrooid door moleculair stikstof en zuurstof (Rayleighverstrooiing) en
minuscule stofdeeltjes (Tyndall-effect ofwel Mie-verstrooiing). Daardoor wordt het
witte zonlicht ontleed in verschillende kleuren die we zien in de ochtend- of avond-
schemering. Het rode licht komt vooral uit de richting van de zon omdat die golflengte
het minst wordt verstrooid. Overdag zien we deze effecten in iets mindere mate, de
zonneschijf is geel ten opzichte van de blauwe hemel.
Avondrood ontstaat voornamelijk bij verstrooiing van zonlicht door stof. Op mooie
warme dagen gaat er in de regel vervuiling in de lucht omhoog. In het licht van de
laagstaande avondzon leidt dit stof tot roodkleuring. Dan hangt het dus vaak samen
met luchtverontreiniging en fraai weer. 's Ochtends zweeft er meestal nog niet zoveel
stof in de lucht. Is de lucht dan rood dan wijst dat in de regel op waterdamp en een
hoge luchtvochtigheid. Morgenrood hangt samen met uiterst kleine waterdruppeltjes
en een grotere neerslagkans. Dat laatste blijkt echter niet uit statistieken.
Bron: Wikipedia
Foto: © FotoAnna
Danklied
Als ik mijn hand om hulp uitsteek
en buig mijn hoofd in ootmoed
neemt U mij in liefde voor ik breek
en mijn heil in andere bronnen zoek
of kies een weg die U niet behaagd
mij omgeef met zo vele gevaren
omdat ik mij van U ongevraagd
afgekeerd, andere koers ben gevaren.
Spreek mij dan in Uw liefde aan
dat U alleen voor mij wilt zorgen
en ik nergens veilig heen kan gaan
als ik niet in Uw genade ben geborgen
Uw leiding biedt U steeds weer aan
zelfs zónder dat wij er om vragen
op het “Smalle pad” geeft U ruim baan
en wilt ons door moeilijkheden dragen.
Gedicht: Egbert Jan van der Scheer
Foto: © FotoAnna
Smienten
Ze foerageren op grasland met duizenden tegelijk.
Ze eten voornamelijk gras,groene planten en waterplanten.
Smienten komen in de zomer voor in Noord-Scandinavië en Siberië.
Schaars broeden ze ook in Nederland.
In het najaar trekken de eenden in groten getale naar het zuiden en
zijn te vinden op plassen en in poldersloten in Midden- en West-Europa,
waaronder Nederland.
De smient is dan de op één na talrijkste eend van Nederland.
Bron: wikipedia.org/wiki/Eurasian_Wigeon
Foto's: © FotoAnna
Plasmodiale slijmzwammen in mijn tuin
In onze tuin hebben we jaren geleden een klein veengebiedje aangelegd, met vlees-
etende planten en verschillende soorten varens. Daartussen hebben we oude dode
boomstronken geplaatst. Er groeien daar dan ook van alles op. Vele soorten mossen
zoals, bekermos, veenmos, bladmos en levermos. Ik kom er ook verschillende soorten
schimmels tegen en zo ook deze plasmodiale slijmzwam. Dit is echt heel apart spul,
het leeft… het kruipt… maar het is ook zo weer verdwenen.
Twee jaar geleden was het er ook en op dezelfde plek als nu.
Toen heb ik er ook een blogje over gemaakt.
KLIK
Ik weet nog dat ik er toen verschillende foto's van had gemaakt, maar dat alleen die
ene goed gelukt was. Ik wilde de volgende dag nieuwe foto's gaan maken maar toen
was het al helemaal verdwenen. Sindsdien heb ik ieder jaar het plekje en de omgeving
in de gaten gehouden want ik vind dit zeer interessant. Maar vorig jaar heb ik het niet
kunnen ontdekken, het is ook zo klein, en nu was het er ineens wel. Gauw mijn foto-
toestel gepakt en nu heb ik foto's gemaakt net zolang tot ze naar mijn zin waren en dat
was maar goed ook want echt waar de volgende dag was het weer verdwenen, op een
heel klein speldenprikje na. Ik vind wel dat het een zeer lastige slijmzwam is om te
fotograferen, maar het is me toch aardig gelukt.
Foto's: © FotoAnna
De Herfstspin op liefdespad
De Herfstspin en de Kruisspin lijken soms een beetje op elkaar, alhoewel de rugtekening bij beide
soorten anders is. Er is nog een andere manier om de twee soorten uit elkaar te kunnen houden
is kijken naar hun web.
De kruisspin maakt een web dat fijnmaziger is, er netter uitziet en waarvan de spiralen doorlopen
tot in het centrum. De herfstspin is niet zo’n perfectionist, hij laat in het centrum van de web
een gat open.
De mannetjes van de Herfstspin zijn heel handige ventjes. Vaak zie je er een of meer bij het
web van een vrouwtje. Daar wachten ze tot er een prooi in het web belandt. Daar racen ze
dan naar toe en degene die het eerst komt heeft gewonnen, tenzij het vrouwtje nog sneller
is. De winnaar pakt nu het slachtoffer mooi in en biedt dat pakketje aan het vrouwtje.
Terwijl zij ervan eet, paart hij met haar. Als hij klaar is, probeert hij het wijfje haar cadeau’tje weer te
ontfutselen, om het nog een keer bij een ander vrouwtje te kunnen proberen. Kennelijk geldt ook bij
spinnen: paren is leuk, maar het moet geen geld kosten….
Zoals bij heel veel spinnen zijn de dieren een beetje variabel: de kleuren variëren nogal en de
tekening op het achterlijf verschilt vaak iets per individueel dier.
Dat maakt spinnen altijd een beetje lastig te determineren, vooral in het veld. Vandaar dat het
belangrijk is om altijd te letten op de levenswijze, de aanwezigheid (of afwezigheid)
van een web enz.
Bron: The Garden Safari
Foto's: © FotoAnna
Silence
Contemplation, searching for my soul
Silence encompassing all
Alone but not in solitude
Silence giving fortitude
My ego-thoughts trying to prop up
Silence makes them stop
Soul is what I’m searching for
Silence, silence I adore
Connecting to my soul
Silence winning after all
Thoughts connect with high above
Silence fills my soul with love
Conscience conquering my mind
Silence makes it look so kind
Soul and conscience hand in hand
Silent wish to never end
Grateful heart joins in
Silence makes it all akin
Thanking God for this silent contemplation
Thanks for silence, thanks again
Poem: Aufie Zophy
Foto: © FotoAnna
Sporenhoopjes van de varen
De sporenhoopjes of sori zijn de voorplantingsorganen van de varen. Zij liggen meestal
op de onderzijde van de (fertiele) bladen. Bij veel soorten wordt het sporendoosje af-
gedekt door een dekvliesje of indusium. Dat beschermt de sporendoosjes tot ze rijp zijn.
De sporenhoopjes kunnen zeer verschillend van vorm zijn, van uiterst langwerpig tot
rond. Ook de plaats op het blad is gevarieerd: langs de nerf, tegen de bladrand of
midden op het bladslipje. Soms bedekken de sporenhoopjes de volledige oppervlakte
van het blad. De vorm en plaats van de sporenhoopjes op het blad en de aanwezigheid
en vorm van het dekvliesje zijn belangrijke determinatiekenmerken bij varens. Zo
hebben de varens van het geslacht streepvaren typische langgerekte, streepvormige
sporenhoopjes zonder dekvliesje, terwijl de niervarens ronde of niervormige
sporenhoopjes met een dekvliesje hebben.
Bron: Wikipedia
Foto: © FotoAnna
Gewoon elfenbankje
Elfenbankje is een paddenstoel. Het elfenbankje groeit
het hele jaar en is een zeer algemene eenjarige saprofyt op
stronken en takken van loofbomen. Het komt soms ook op de
spar voor. De vruchtlichamen groeien aan n zijde van de
stronk of tak.
Elfenbankje groeit dakpansgewijs in groepjes en heeft een witte rand met daarbinnen
verschillend gekleurde zones: wit, beige, okergeel, (rood)bruin, grijs, blauw of zwart-
achtig. De stevige, waaiervormige hoeden zijn 3 tot 8 cm groot en meestal niet dikker
dan 2 mm. De porin bestaan uit zeer kleine buisjes (3-5 per mm), die witachtig tot crème-
achtig of gelig van kleur zijn. De sporen hebben de vorm van een knakworstje en zijn
wit tot bleekgeel en 4-6 x 1.5 - 2.5 micrometer groot. Elfenbankje helpt mee met het
afbreken van de afgevallen bladeren in het bos.
Bron: Wikipedia
Foto's: © FotoAnna
Smile at the Sky
Smile at the sky
It’s so pretty
It sets me free
When I’m sad
I go outside
When I’m happy
I go outside
A smile emerges on my face
So far and wide
Just like the sky
The smiling sky whom I smile back to
Smile at the sky
Are you happy?
You’re already outside and smiling
Are you sad?
Get your ass outside and show the sky a smile
Smile at the sky
Smile at the sky
And give him a grin or two
Remember he loves you too
Smile at the sky
Smile at the sky
Poem by: Pierre Singla
Foto: © FotoAnna